Meten is weten, bereken uw BMI.

Door het berekenen van uw BMI (Body Mass Index) kunt u eenvoudig nagaan of u overgewicht, obesitas of ernstige (morbide) obesitas heeft en wat voor risico u loopt op overige gezondheidsproblemen.

Bepaal hier uw BMI.

Onderstaande tabel laat zien bij welke BMI er sprake is van gezond gewicht, ondergewicht, overgewicht en obesitas.

Tabel 1
Classificatie van overgewicht bij volwassenen (Wereld Gezondheids Organisatie 2000)

Classificatie BMI (kg/m2) Risico op comorbiditeit
Ondergewicht BMI < 18,5 Verhoogd
Normaal gewicht BMI 18,5-25 Gemiddeld
Overgewicht BMI 25-30 Verhoogd
Obesitas I BMI 30-35 Matig
Obesitas II BMI 35-30 Ernstig
Morbide obesitas BMI >40 Zeer Ernstig

Wat zegt de BMI?

Uw BMI zegt niet zoveel over úw gezondheidstoestand. Deze maat wordt gebruikt om bevolkingsgroepen met elkaar te vergelijken. Bijvoorbeeld de Nederlandse bevolking met de Duitse bevolking. De maat wordt ook gebruikt om de trends te kunnen zien. Bijvoorbeeld de mate van overgewicht van de Nederlandse bevolking in 1990 ten opzichte van de mate van overgewicht van de Nederlandse bevolking in 2000.

De BMI geeft dus een eerste indicatie. Hierbij wordt alleen de lengte en het gewicht meegenomen, de lichaamsbouw blijft buiten beschouwing. Een body-builder zal bijvoorbeeld ernstige obesitas hebben volgens de BMI. Een verhoogde BMI hoeft dus niet perse samen te gaan met een slechte gezondheid. Het risico op een slechte gezondheid wordt over het algemeen wel groter bij een hogere BMI.

Wat zegt de lichaamsbouw?

Om beter zicht te krijgen op het risico op gezondheidsproblemen wordt er gekeken naar de lichaamssamenstelling. Bijvoorbeeld het verschil tussen een appel- en een peerfiguur. De buikomvang en het vetpercentage zijn hierbij belangrijk. Vooral de aanwezigheid van veel buikvet (appelfiguur) tussen de organen vormt een risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld diabetes type 2 en hart en vaatziekten. Het hebben van stevige heupen, zonder een al te dikke buik (peerfiguur) is minder gevaarlijk voor de gezondheid.

Terug naar boven.

Vetpercentage

vetpercentage bij sporten

De waarden voor een gezond vetpercentage zijn gebonden aan leeftijd, geslacht en etniciteit (ras). Onderstaande tabel laat de grenswaarden naar leeftijd en geslacht zien voor de volwassen Westerse bevolking. Globaal kan men zeggen dat boven deze waarden het vetpercentage te hoog is. Er zijn weegschalen die eenvoudig een indicatie van het vetpercentage kunnen geven. Het vetpercentage alleen zegt onvoldoende over de gezondheidsrisico's bij een bepaalde mate van overgewicht.

Tabel 2

Grenswaarden vetpercentages volwassenen


Leeftijd Mannen Vrouwen
20-24 10-17 22-29
25-29 11-18 23-30
30-34 12-19 24-31
35-39 13-20 25-32
40-44 14-21 26-33
45-49 15-22 27-34
50-59 17-24 29-36
< 60 19-26 31-38

Vetpercentage bij het sporten

Het vetpercentage is een goede maat om in de gaten te houden als je meer gaat sporten. Spieren zijn zwaarder dan vet. Dus alleen de kilo's op de weegschaal geven snel een vertekend beeld van hoe je lichaamsbouw en je gezondheid verbeteren. Misschien val je niet af, of word je wat zwaarder door het sporten. Bedenk dan wel, dat als je vetpercentage naar beneden gaat, je spiermassa omhoog gegaan is. Het risico op allerlei aandoeningen heb je door het sporten verlaagd.

Terug naar boven.

Buikomvang

Het meten van de buikomvang wordt vaak gedaan om de BMI te kunnen interpreteren. Deze maat geeft een goede indicatie van de hoeveelheid buikvet. Dit is een betere voorspeller van het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 en hart-en vaatziekten dan de BMI.

De WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) adviseerde in 2000 bij vrouwen de grenswaarde van ≥ 88 cm, waarboven sprake is van een verhoogd risico op een slechtere gezondheid. Bij mannen ligt deze grens op ≥ 102 cm.

Hoe ongezond is mijn overgewicht?

De BMI, de buikomvang en het vetpercentage samen geven samen aan of je gezond gewicht, overgewicht of obesitas hebt. Ook het risico op aandoeningen wordt met deze gegevens duidelijk. De buikomvang, de BMI en de aanwezige gezondheidsproblemen bepalen samen het niveau van risico.


Tabel: Niveau van risico bij volwassenen (PON)

Terug naar boven