Ontstaan

Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans. De energiebalans wordt beïnvloed door een complex samenspel van zowel genetische, biologische, psychosociale als omgevingsfactoren.

Erfelijkheid
Het al dan niet ontwikkelen van overgewicht is voor een groot deel erfelijk bepaald. De erfelijke component in het ontstaan van obesitas wordt nog slecht begrepen. Invloed van de genetische make-up lijkt aanwezig op; de vorming en distributie van lichaamsvet; de activiteit van het basaal rust metabolisme; de voedselvoorkeuren; de mate van fysieke activiteit; de veranderingen in het energieverbruik als reactie op overeten of diëten; en de regulatie van het honger- en verzadigingsgevoel. Door de wisselwerking tussen genetische factoren, leefstijl en omgevingsfactoren wijzen diverse onderzoekers op het feit dat het ondanks een gezonde leefstijl voor individuen moeilijk kan zijn om slank te blijven.

Obesogene omgeving
Omgevingsfactoren zijn cruciale determinanten van voedings- en beweeggedrag. De term obesogene omgeving verwijst naar een omgeving waarin het gemakkelijk is (iets) te veel energie in te nemen en/of (iets) te weinig energie te gebruiken. Tabel 2 geeft een overzicht van fysieke, sociaalculturele en economische omgevingsfactoren die op micro- en macroniveau hun invloed uitoefenen op de energiebalans. Opvallend is dat de omgevingsfactoren die van invloed zijn op de energiebalans, zowel beïnvloedbaar als onbeïnvloedbaar zijn voor het individu.

Tabel 2
Omgevingsfactoren. Bron: Swinburn 1997.

 

Tabel 2
       

Fysieke omgeving

Sociaal culturele omgeving

Economische omgeving

Niveau

Voeding

Bewegen

Voeding

Bewegen

Voeding

Bewegen

Macro

Wetten en regels Mechanisatie Prijsbeleid Kosten arbeid Eetgewoonten recreatie
Levensmiddelen technologie Fietspaden en trottoirs Kosten voedselproductie Investeringen recreatie Multiculturele invloeden Populariteit sporten
Beschikbaarheid producten Aanwezigheid clubs/centra Kosten marketing Kosten brandstof en auto’s Koopkracht Passief kijkgedrag
Beleid industrie Vervoerssysteem Prijzen voeding Kosten fiets/ wandelpaden Status voedingsmiddelen Status actieve leefstijl

Micro

Voedsel in huishouden Locale recreatie mogelijkheden Gezins- inkomen Kosten sport en fitness Eetgewoonten van gezin Activiteit leeftijdgenoten
Aanbod kantines Aantal auto’s in huishouden Gezinsuitgavenpatroon Bezit fiets en sportgerei Attitude leeftijdgenoten Recreatie gewoonten gezin
Aanbod winkels Veiligheid op straat Subsidies kantines Subsidies sport en spel Druk door reclame Sportmogelijkheden school
Afstand tot fast-food Tv, video, pc in gezin Zelfvoorziening voeding Rol van voeding bij festiviteiten Angst voor criminaliteit

Energiebalans
Een positieve energiebalans vindt zijn oorzaak in een verminderd energieverbruik en/of een verhoogde energieopname. Een positieve energiebalans is meer dan enkel het gevolg van teveel eten en te weinig bewegen. De term energieverbruik reikt verder dan alleen het beweegpatroon. Bewegen is verantwoordelijk voor slechts 20-30% van het totale energieverbruik. Het overige energieverbruik komt grotendeels (60-70%) voor rekening van het basaal rust metabolisme. Dat zorgt bijvoorbeeld voor het constant houden van de lichaamstemperatuur. De komst van onder meer centrale verwarming, airconditioning, verbeterde isolatie en dubbele beglazing is een voorbeeld van de dagelijkse besparing binnen het totale energieverbruik in de moderne maatschappij. De uiteindelijke energieopname wordt onder meer bepaald door het voedingspatroon en hangt mogelijk samen met de dieethistorie.

Gezondheidsrisico's

De gezondheidsrisico's van obesitas zijn goed gedocumenteerd. Oorzaak en gevolg is niet altijd met zekerheid vast te stellen. Hierbij dient ook aangetekend te worden dat een statistisch verband geen garantie geeft op ongezondheid bij een hoger gewicht.

Diabetes mellitus type 2
Eén van de belangrijkste ziekten gerelateerd aan obesitas is ouderdomssuiker. Ruim 80% van de gevallen van diabetes mellitus type 2 is toe te schrijven aan overgewicht. Hoe groter het overgewicht en hoe langer de duur van het overgewicht, des te groter is de kans op diabetes mellitus type 2. Dit kan leiden tot oog-, nier-, zenuw-, vaat- en leveraandoeningen. Dat maakt de stijgende prevalentie van diabetes mellitus type 2 onder kinderen en adolescenten zorgwekkend. In de Verenigde Staten was 15 jaar geleden 3% van de diabetes mellitus gevallen onder kinderen toe te schrijven aan type 2 diabetes. Inmiddels is dat percentage toegenomen tot 50%. Bijna al deze kinderen zijn obees. In Europa en Azië worden nu vergelijkbare patronen gevonden. Een leefstijlinterventie met een permanent gewichtsverlies van circa 5% levert een halvering van de diabetes mellitus prevalentie op bij een BMI van 30 kg/m2.

Hart- en vaatziekten
Wanneer men weinig beweegt en inactief is, heeft dit negatieve gevolgen op de bloeddruk, het lichaamsgewicht, het vetpercentage en het cholesterolgehalte. Volgens cijfers van het RIVM sterven in Nederland ruim 8000 mensen aan de gevolgen van inactiviteit, dat wil zeggen dat 6% van alle mensen die sterven, sterven aan inactiviteit.[12] Inactiviteit verhoogt de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk. Ongeveer 20% van alle mensen die hartziekten krijgen, krijgen deze ziekten doordat ze overgewicht hebben. Echter overgewicht of geen overgewicht, een actieve leefstijl en een goede conditie kan de kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten verkleinen.

Kanker
Roken, overgewicht, lichamelijke inactiviteit en onvoldoende inname van groente, fruit en vezels zijn breed geaccepteerde oorzaken van kanker. Berekend is dat kanker bij ruim 72.000 patiënten (5% van alle gevallen van kanker) in Europa is toe te schrijven aan ernstig overgewicht. Bij mannen zijn dat prostaatkanker en dikkedarmkanker. Bij vrouwen kanker aan de voortplantingsorganen, de borsten en de galblaas. Een verklaring voor kanker aan de voortplantingsorganen bij vrouwen, zou de verhoogde productie van oestrogeen door vetcellen kunnen zijn. Terwijl veel buikvet gezien wordt als een risicofactor voor borstkanker.

Aandoeningen aan het bewegingsapparaat
De verhoogde krachten die door het hogere gewicht op gewrichten en botten werken, versterken de botten enerzijds, zodat het risico op osteoporose afneemt. Anderzijds tasten deze verhoogde krachten het kraakbeen in de gewrichten aan, wat kan leiden tot orthopedische klachten. Aandoeningen aan het bewegingsapparaat kunnen ervoor zorgen dat mensen verminderd mobiel zijn. Goede spieropbouw is belangrijk bij klachten aan het beweegapparaat, gewichtsverlies kan noodzakelijk zijn voor operatieve plaatsing van protheses en dergelijke.

Overige gezondheidsproblemen
Het slaapapneusyndroom, korte ademstilstanden tijdens het slapen, gaat vaak samen met ernstig overgewicht. Ook kan obesitas gepaard gaan met verschillende huidproblemen zoals striae, slechte wondheling en verweking van de huid. Bij vrouwen kan ernstig overgewicht, evenals ernstig ondergewicht, leiden tot menstruatieproblemen en onvruchtbaarheid.

Psychosociale problemen
Obesitas brengt daarnaast psychosociale problemen en een verminderde kwaliteit van leven met zich mee. Enkele studies laten zien dat de kwaliteit van leven bij mensen met obesitas lager is dan de kwaliteit van leven bij mensen met kanker. De drie meest gerapporteerde psychische aandoeningen onder obese patiënten zijn depressies, angst- en eetstoornissen. Hierbij mag men zeker de vraag stellen naar oorzaak en gevolg.

Discriminatie en stigmatisering
Met het toenemen van de prevalentie, neemt ook de discriminatie en stigmatisering van dikke mensen toe. Dik-zijn is op het eerste oog zichtbaar en het openlijk uiten van kritiek blijkt niet te getuigen van slechte smaak of gebrekkige moraal. De discriminatie wordt tastbaar in hogere premies en aanvullende ziektekostenverzekeringen die niet vanzelfsprekend toegankelijk zijn voor mensen met een hogere BMI. Het negatieve imago kan de school- en werkcarrière negatief beïnvloeden, sociale contacten bemoeilijken en resulteren in een lagere zelfwaardering, een minderwaardigheidscomplex en sociale isolatie. Dik-zijn belet een goede gezondheid. Dit is niet enkel toe te schrijven aan de omvang, maar méér aan sociale en zelf opgelegde restricties die ontspanning, recreatief ondernemen en sporten verhinderen. De angst voor kritiek en de overtuiging dat slank-zijn voor iedereen haalbaar en wenselijk is, kan het zelfs onmogelijk maken om met een gevoel van veiligheid een aanspraak op noodzakelijke gezondheidszorg te doen. Daardoor is dik-zijn een sociaal onderbouwde handicap.