- » Overgewicht & obesitas
- » Ontstaan & risico's
- Prevalentie & trend
- » Acceptatie & behandeling
- » Links
- » FAQ
Globesitas
De WHO spreekt van een globale obesitas epidemie, welke in de volgende generatie een groter gezondheidsprobleem zal zijn dan aids. Zowel de totale prevalentie als de mate van overgewicht binnen de populatie nemen toe. In de Verenigde Staten liegen de cijfers er niet om en is dik-zijn de norm geworden. Driekwart van de Amerikaanse bevolking is te zwaar en één derde van de bevolking is obees. De Europese situatie is op weg dezelfde trend te volgen. Recente cijfers, gepubliceerd door de WHO in 2006 laten Europese obesitas prevalentiecijfers zien tot 26% bij vrouwen en 22% bij mannen in het Verenigd Koninkrijk.
Tabel. Meest recente prevalentiecijfers van obesitas (BMI > 30 kg/m2) bij volwassenen (meestal 18-65 jaar maar soms worden andere ranges gebruikt) in EU-landen. De meeste cijfers zijn gebaseerd op zelf-gerapporteerde lengte en gewicht in bevolkingsonderzoek (WHO 2006).
| Vrouwen (%) | Mannen (%) | |
| België Bulgarije Cyprus Denemarken Duitsland Estland Finland Frankrijk Griekenland Hongarije Ierland Italië Letland Litouwen Malta Nederland Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Slovenië Slowakije Spanje Tsjechië Verenigd Koninkrijk Zweden |
13 14 12 9 12 15 14 13 18 18 16 9 20 17 20 11 9 20 n.b. 10 14 15 14 16 26 11 |
12 11 13 10 14 14 15 12 26 17 20 9 12 14 27 10 9 16 n.b. 8 17 14 12 14 22 12 |
Volwassenen in Nederland
Volgens gegevens uit het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het Centraal Bureau voor de Statistieken (CSB) was in 2007 in Nederland bijna de helft van de bevolking te zwaar, 45,5%. Overgewicht komt bij mannen iets vaker voor in vergelijking tot vrouwen, 51,1 respectievelijk 39,9%. De 2007 prevalentie van obesitas bedroeg in Nederland 11,2%. Obesitas komt met 12,2% vaker voor bij vrouwen dan bij mannen: 10,2%. Deze groeistudie laat over ruim 25 jaar tot 2008, een ruime verdubbeling van het aantal Nederlanders met obesitas zien. De cijfers voor lengte en gewicht zijn verkregen middels zelfrapportage. Door vergelijk met studies waarbij het gewicht en de lengte gemeten worden in de klinische setting, lijkt er sprake te zijn van een onderschatting in de prevalentie van overgewicht (tot 6% onderschatting) en obesitas (tot 3% onderschatting) wanneer deze verkregen is middels zelfgerapporteerde cijfers.
Grafiek. Trend obesitas bij volwassenen in de periode 1981-2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2008).
Kinderen in Nederland
Het percentage kinderen met overgewicht is in Nederland in de periode 1980-1997 meer dan verdubbeld. In 1980 had 3-5% van de 5- tot 11-jarige jongens te maken met overgewicht, in 1997 was dit 7-12%. Het percentage jongens met obesitas in deze leeftijdsgroep is zelfs verachtvoudigd, van 0,1-0,3% tot 0,8-1,6%. Bij meisjes zijn vergelijkbare trends gevonden.
Sinds 1997 is het percentage 4-tot 15-jarige jongens met overgewicht gestegen van gemiddels 8% naar 13,6%. Meisjes blijken vaker te dik te zijn dan jongens, vooral op jongere leeftijd. Gemiddeld is de prevalentie van overgewicht bij 4- tot 15-jarige meisjes gestegen van 11,4% in 1997, naar 16,8% in 2002-2004. Bij jongens van 4 tot en met 15 jaar is de prevalentie van obesitas gestegen van 0,2% in 1980 naar 1,0% in 1997 en vervolgens naar 2,6% in 2002-2004. Bij meisjes waren die cijfers 0,5% (1980), 1,3% (1997) en 3,3% (2002-2004).
Risicogroepen
De Gezondheidsraad onderscheidt de volgende risicogroepen:
-
Lage sociaal economische status (SES). In onderstaande tabel is te zien dat de prevalentie van overgewicht bij alle opleidingsniveaus stijgt. De stijging is het grootst bij mensen met een laag opleidingsniveau.
Grafiek. Trends overgewicht naar opleidingsniveau (CBS).
-
Allochtonen.
-
Chronisch zieken en gehandicapten.
-
Mensen die stoppen met roken.
-
Kinderen met een hoog geboortegewicht, of een laag geboortegewicht vervolgd door een snelle inhaalgroei.
-
Kinderen met ouders met overgewicht of obesitas.