AMSTERDAM - Haar grote liefde overleed na een mislukte maagverkleining. Herma Petersen (41) zorgt nu in haar eentje voor haar drie kinderen, runt een bloemenwinkel en is ook nog in een hevige strijd verwikkeld met de arts die de dood van haar man veroorzaakte.

“Berry was een grote kerel. En te zwaar. Maar ik kende hem niet anders. Voor mij heeft zijn gewicht nooit een rol gespeeld. Ik was meteen weg van hem toen ik hem als vijftienjarig meisje ontmoette in de bloemenzaak van zijn ouders, waar ik stage liep. Hij straalde een enorme kracht uit, maar was ook enorm lief en vrolijk. Gewoon een lekkere vent! We kregen verkering, trouwden, kregen drie kinderen en leidden een druk, onregelmatig leven nadat we de bloemenzaak hadden overgenomen. De veertig kilo die Berry vlak voor ons huwelijk was kwijtgeraakt, zaten er inmiddels weer aan. Maar hij dronk en rookte niet, sportte twee à drie keer per week en voelde zich goed. Toch zei hij op een dag dat hij iets aan zijn overgewicht wilde doen.

‘Ik ben nu gezond,’ zei hij, ‘en dat wil ik zo houden. Ik wil van mijn kinderen kunnen blijven genieten.’ Zij waren zijn grootste drijfveer. Hij moest er niet aan denken dat hij last van zijn knieën zou krijgen, of erger, hart- en vaatproblemen. Ik stond volledig achter hem toen hij een maagbandje liet plaatsen. Hij verwachtte er veel van, maar het werkte niet goed. Maar het ding weer verwijderen bleek niet zo eenvoudig. Berry werd uiteindelijk doorverwezen naar het Scheper Ziekenhuis in Emmen voor een maagverkleining. Daar zat immers dé specialist. Nee, hij zag er niet tegenop om naar het ziekenhuis te gaan. Hij was heel rustig. Ik hoefde niet mee, zei hij. Ik ging gewoon naar de zaak.

’s Middags werd ik gebeld dat alles goed was verlopen. Maar het was toch een hele ingreep. Logisch dat hij nog zo versuft is, dacht ik toen ik hem ’s avonds bezocht. De volgende morgen belde ik het ziekenhuis om te vragen hoe het met hem ging. ‘Goed hoor,’ zei de verpleegster, ‘maar hij wil geen bezoek.’ Geen bezoek? Zo kende ik Berry niet. Ik wilde uit zijn eigen mond horen dat hij me niet wilde zien en kreeg hem aan de lijn: ‘Ach, jij mag wel komen, maar de kinderen niet...’

Hij lag met een slang in zijn neus en had een morfinepomp gekregen. Als het nodig was, mocht hij zelf pijnstilling toedienen. Verder wilde hij niet uit zijn bed komen en praatte hij nauwelijks. Zo vreemd. Berry vroeg altijd meteen hoe het met de kinderen ging. Voor het eerst had ik er helemaal geen goed gevoel over. Ik kende hem door en door; dit was niet de man met wie ik al vijfentwintig jaar leefde. De volgende dag werd ik gebeld door het ziekenhuis: Berry moest een tweede operatie ondergaan. Ik ging er blind vanuit dat die extra ingreep nodig was. Maar ik hoor mezelf aan het einde van het gesprek nog zeggen: ‘Als hij er maar niet tussenuit glipt!’ Raar hè? Alsof ik het voorvoelde.

In shock

Om drie uur ’s middags stond onze huisarts opeens in de winkel. Ze keek me aan en zei: ‘Berry is overleden.’ Ik moest even gaan zitten. Hoe was dit mogelijk?! Mijn ouders pasten op onze jongste twee en kwamen meteen naar me toe. Samen zijn we naar Berry’s ouders gegaan. Iedereen was in shock. Even later ben ik naar het ziekenhuis gegaan. Daar lag hij, mijn grote liefde. Ik kon het nog steeds niet geloven.

Tekst: Anita Zijlstra

Bron: telegraaf.nl